Zagen, zagen, wiede wiede wagen

Met een appartement bij het Hoornsemeer zijn deze zomerse dagen heerlijk vertoeven voor mij. Na het werk met een maaltijdsalade, muziek en een boek aan het meer genieten van de avondzon. Het was deze keer niet de muziek of het boek dat mij vermaakte, maar een Nederlandse jongen en een Duitse meid die samen verderop lagen.

Met een vrij luide stem en een sterk Nederlands accent probeerde de verzekerde jongen in het Engels de Duitse studente met triviale feitjes voor zich te winnen. Hij spuwde feiten (‘Wist je dat mieren nooit slapen? En ze hebben altijd alcohol in hun bloed. Ha, ik ook! Grapje.’) en zij knikte op zo’n ‘dit boeit mij helemaal niets’ manier. Hij merkte dat haar aandacht verslapte en besloot om onze Duitse vriendin wat Nederlandse cultuur mee te geven door het kinderliedje ‘Zagen, zagen, wiede wiede wagen’ te leren. Zijn aanpak leek te werken, want zelfs ik luisterde aandachtig mee.

Zagen, zagen. That is sawing.’ Om het te verduidelijken richtte hij zijn wijsvinger op haar en begon met zijn gestrekte andere hand zaagbewegingen te maken.

Wiede wiede wagen.‘ Bij de nonverbale uitbeelding die daarbij hoorde moet de Duitse meid gedacht hebben dat het iets te maken had met graven van een gat op het strand van Scheveningen. Hij liet de vertaling van wiede achterwege en ging door met de volgende regel. Ik concludeerde dat hij zich er makkelijk van afmaakte om wagen volledig te negeren. Ik had hem graag ‘Like a car’ horen zeggen.

Jan komt thuis om een boterham te vragen. Jan is a typical Dutch name. I know a lot of peope with the name Jan. My former neighbour man his name was Jan. But this is another Jan and he comes home to ask for a sandwich.’ Na een korte stilte gingen de wenkbrouwen van de meid omhoog. Omdat ik zag hoe hoog haar wenkbrouwen al zaten en ik wist welke tekst er nog zou volgen, had ik uitgerekend dat na het uitspreken van de laatste zin haar wenkbrouwen een meter boven haar hoofd zouden moeten zweven.

Vader was niet thuis, moeder was niet thuis. So his father was not home, and his mother was not home. I don’t know why’, zei onze vriend eerlijk. Ik besefte dat ik al die jaren het liedje klakkeloos meezong, maar nooit over de tekst heb nagedacht. Waar zijn die ouders!? Wellicht waren ze allebei aan het werk, maar de tekst rept ook niets over een middagoppas. Misschien is Jan wel een 23-jarige student die uitwonend is. Maar aan wie vraagt hij dan die boterham? Er over nadenken riep meer vragen op dan dat het beantwoordde.

Onze Duitse vriendin begon zich overduidelijk zorgen te maken over haar gezelschap, maar hij stelde haar gerust. ‘Last line, last line! Piep, zei de muis in het voorhuis. Peep! said the mouse in the… front house?’ De gok bleek een verkeerde gok te zijn, want de meid keek hem aan als een koe die een trein voorbij zag rijden. ‘Front house, like Anna Frank’s. But she lived in the back house. Do you understand? No? Well, it is not that important.’ En daar was ik het eigenlijk wel mee eens en pakte mijn boek.

Door Harm Jan Deuring. Verkregen via: http://www.hjdeuring.nl

Reageren op dit bericht is niet mogelijk.